Historie Lievense

Lievense is in 1964 opgericht door ir. Luc Lievense als eenmanszaak. Geprikkeld door het ondernemerschap gaf Lievense als raadgevend ingenieur met veel ‘kennis van natte infrastructuur’ zijn eerste adviezen aan Bechtel voor het kruisen van de Westerschelde door gasleidingen (een mix van waterbouw en leidingen!). Een volgende opdracht was in Israël en bestond uit het begeleiden van de bouw van de haven in Ashdod. Hierna kwamen er meer opdrachten in zowel waterbouw, watermanagement en leidingen projecten.

 

Begin jaren 70 werd Lievense betrokken bij een project in Zuid-Afrika, een haalbaarheidsstudie voor de aanleg van een nieuwe haven voor de export van erts in Saldanha Baai. Dat heeft geleid tot het ontwerp en de uitvoeringsbegeleiding van de bouw van de haven, uitgevoerd door Ballast Nedam. Het ontwerp was vooruitstrevend omdat hier sprake was van een strand als verbindende golfbreker tussen twee eilanden voor de bescherming van de erts steiger (bouwen met de natuur). Voor de bouw daarvan was op een zeker moment de hele Nederlandse baggervloot aan het werk.

Plan Lievense

Lievense dankt haar grote naamsbekendheid in de waterbouwwereld aan het ‘Plan Lievense’, dat dateert uit 1981. Het idee voor opslag van windenergie ontstond tijdens de tweede oliecrisis in 1978. Hij was zeer proactief en waar de meeste bureaus zeer afwachtend waren in hun marktbenadering, slaagde hij erin de onderzoeken naar het Plan gefinancierd te krijgen en begin tachtiger jaren uit te voeren met de crème de la crème van Rijkswaterstaat, en diverse aannemingsbedrijven. Dit plan heeft gezorgd voor de enorme naamsbekendheid van Lievense, iets waar wij nog steeds profijt van hebben.

 

In 1984 werden Jaap van den Berg en Dirk Zwemmer zijn opvolger als directeur van het bureau tot ca 35 medewerkers op het moment dat zij afscheid namen in 2001. Luc Lievense bleef in hun periode nog lang de Raadgevend Ingenieur in zijn monumentale werkkamer aan de Haven in Breda met onder andere veel publiciteit naar aanleiding van zijn alternatief ontwerp voor de Betuwelijn. Op 9 maart 2015 is oud-oprichter Luc Lievense op 90-jarige leeftijd overleden. In de periode van Zwemmer en van den Berg ontwikkelde Lievense zich langzaam tot een bekende speler op het gebied van leidingontwerp en waterbouw. Men werkte veel voor vaste klanten als de petrochemie en de havens van Zeeland en IJmuiden.

 

Verdere expansie

In 2001 kwam er een nieuwe directeur aan het roer in de persoon van Arie Mol. Een ervaren ingenieur die zijn sporen had verdient bij Deltares en daarna bij diverse ingenieursbureaus. Onder Mol ontwikkelde het bedrijf zich verder tot toonaangevend ingenieursbureau in waterbouw en leidinginfrastructuur. Samen met leon Adriaens werd een dochterbedrijf opgericht op het gebied van het beheer van buisleidingen. Dit bedrijf is voornamelijk in het Rotterdamse havengebied actief en heeft ook een dochter voor gespecialiseerde software op het gebied van leiding beheer.

 

Lievense ging zich vanaf 2002 opnieuw richten op de internationale markt voor waterbouw en havens, en richtte een vestiging op in St Maarten. Op dat eiland werden toonaangevende projecten uitgevoerd zoals de uitbreiding van de zeehaven in 2010 en de 1200 m lange brug over Simpson Bay in 2012. Ook op andere Nederlandse eilanden werden projecten uitgevoerd zoals op Saba, St Eustatius, Bonaire en Curaçao. Veel werk werd ook verzet in Suriname, een 10 jarig haven project in Paramaribo, de verdieping van de Suriname rivier, de werken voor Billiton in het kader van de bauxiet mijnbouw en de haven van Nieuw Nickerie. Daarbuiten ook in Grenada, de Bahamas, de Dominicaanse Republiek, en Venezuela. Door de projecten in het Caraïbisch gebied werd veel ervaring met de cruise industrie opgebouwd, hetgeen leidde tot projecten in Kaap Verdie en Hong Kong. Ook in Afrika zijn veel projecten uitgevoerd waaronder Sierra Leone, Ghana en Mozambique. In 2013 is een partnership in Saudi Arabië opgestart waardoor grote projecten werden verworven in Ras Al Kheir en Jubail.

 

Arie Mol was met Marijn Rang de initiatiefnemer om Lievense en CSO te fuseren. Rang was tot eind december 2015 statutair bestuurder van LievenseCSO. Hij is thans nog steeds actief betrokken bij het bedrijf als adviseur en aandeelhouder.

 

Historie CSO

De geschiedenis van CSO begint eind jaren zeventig van de vorige eeuw, toen oprichter dr. Chrit Schouten terugkeerde uit Nieuw Zeeland en als Fysisch Geograaf in Nederland aan de slag ging. In die tijd groeide het maatschappelijk bewustzijn aangaande de impact van menselijke activiteiten op de kwaliteit van onze natuurlijke leefomgeving. Met het rapport ‘Grenzen aan de groei’ had de Club van Rome de wereld behoorlijk wakker geschud en de roep om verantwoord grondstoffenbeleid en bescherming van de kwaliteit van bodem, water en lucht werd steeds luider.

 

Vanuit die maatschappelijke context en betrokkenheid heeft Chrit Schouten binnen de vakgroep Fysische Geografie aan de Rijksuniversiteit Utrecht de stroming ‘Milieugeografie’ opgezet. Eén van de eerste concrete vraagstukken waar hij zich op stortte was de voorgenomen grootschalige mergelwinning op het Plateau van Margraten in Zuid-Limburg. Mergelwinning aldaar werd in die tijd gezien als mogelijkheid om de cementproductie in Zuid-Limburg voort te zetten als de concessiegrenzen van de winning in de Sint Pietersberg waren bereikt. Om mogelijke alternatieven voor deze winning ‘in den droge’ te onderzoeken richtte Chrit Schouten met een aantal studenten de ‘Projectgroep voor Toegepast Milieu Onderzoek’ op. Het rapport van deze projectgroep haalde meteen het 8 uur journaal, omdat daarin duidelijk werd dat de ENCI nog jarenlang in de Sint Pietersberg door kon gaan als ook onder de grondwaterspiegel zou worden gewonnen. Eén van de studenten uit deze projectgroep was Marijn Rang. Samen gingen Chrit Schouten en Marijn Rang zich met veel meer milieu-geografische vraagstukken bezighouden, waarvoor zij uiteindelijk in 1982 CSO Adviesbureau voor Milieu-Onderzoek oprichtten.

 

In de eerste jaren van haar bestaand hield CSO zich vooral bezig met landschappelijke studies ten behoeve van ruimtelijk milieubeleid. De belangrijkste opdrachtgevers waren in die tijd de provincies en de voorlopers van het huidige ministerie van Infrastructuur en Milieu (VoMil en VROM). Zo heeft CSO onder andere de beleidslijn Bodembeschermingsgebieden geschreven en de eerste beleidsuitwerking voor gecombineerd RO-Milieubeleid op provinciaal niveau verzorgd. In de jaren negentig heeft CSO voor de provincie Limburg en het projectbureau Maaswerken praktische uitwerking gegeven aan het beleid van Actief Bodembeheer. Deze uitwerking ligt ten grondslag aan het huidige Besluit Bodembeleid. Vanuit haar betrokkenheid bij de beleidsontwikkeling op het gebied van bodembescherming is CSO zich ook reeds in een vroeg stadium van haar bestaan gaan bezig houden met de uitvoering van bodemonderzoek en de voorbereiding en begeleiding van bodemsaneringen. Met het oog op de kwaliteitsborging van het onderzoek heeft CSO eind jaren negentig samen met een aantal andere adviesbureaus het initiatief genomen voor de oprichting van de Vereniging Kwaliteitsborging Bodemonderzoek (VKB).

 

Dankzij haar geografische achtergrond kon CSO als eerste milieuadviesbureau in Nederland Geografische Informatie Systemen (GIS) inzetten bij toegepast milieuonderzoek. Met haar aardwetenschappelijke wortels en daarmee haar ruimtelijk-landschappelijke benadering van milieuvraagstukken en haar brede toepassing van GIS-methodieken, heeft CSO zich altijd onderscheiden van andere milieuadviesbureaus in Nederland.

 

Begonnen als tweemansbedrijf heeft CSO zich ontwikkeld tot een breed georiënteerd milieuadviesbureau met vijf vestigingen verspreid door Nederland. De activiteiten besloegen de gehele reeks van conditionerende onderzoeken, planstudies, milieueffectrapportage, ruimtelijke onderbouwing, vergunningverlening, uitvoeringsvoorbereiding en –begeleiding en beheer in gebiedsontwikkeling en infrastructuur op lokaal en regionaal niveau in Nederland voor zowel overheden als bedrijven. Eind jaren negentig werd uit de geledingen van CSO het veldwerkbedrijf Sialtech opgericht, dat tot 2011 als zusterbedrijf van CSO onder dezelfde directie heeft geopereerd. In 2011 is Sialtech verzelfstandigd.

 

Tot 2008 is oprichter Chrit Schouten actief betrokken geweest bij het bedrijf. Daarna heeft hij de activiteiten van CSO op het gebied van Geo-ICT voorgezet in het zelfstandige bedrijf Nazca-i. In 2011 is hij overleden. Mede oprichter en vennoot Marijn Rang heeft het bedrijf in 2013 samengebracht in de fusie met Lievense en was tot september 2015 statutair bestuurder van LievenseCSO. Thans is Marijn Rang nog als aandeelhouder betrokken bij het bedrijf.

 

LievenseCSO

In 2013 zijn Lievense en CSO gefuseerd door een aandelenruil en de oprichting van LievenseCSO Holding BV. Door de fusie ontstond een bedrijf van ruim 200 medewerkers, een omzet van circa 22 miljoen euro en 7 vestigingen in Nederland. Door eerdere samenwerking op een aantal projecten hadden de twee bedrijven elkaar al goed leren kennen en veel respect en waardering gekregen voor elkaars vakkennis en kunde. Door de fusie is de samenwerking structureel geworden en kunnen opdrachtgevers voortaan kiezen voor een geïntegreerde propositie. Samen verwierven de bedrijven een toonaangevende positie als advies- en ingenieursbureau met een breed, geïntegreerd dienstenpakket op het gebied van leidingeninfrastructuur, waterbouw, bodembeheer en ruimtelijke milieuvraagstukken.

 

Een kroon op de fusie was het project Zeesluis Terneuzen, een project waarbij Lievense en CSO intensief op allerlei gebieden gingen samenwerken. Naast het maken van een referentieontwerp is LievenseCSO hier ook verantwoordelijk voor de ruimtelijke procedure volgens de Tracéwet.

 

De focus van LievenseCSO na de fusie ligt op delta’s, kustgebieden en riviervlakten. De menselijke activiteiten in deze dichtbevolkte en kwetsbare gebieden brengen specifieke infrastructurele en milieukundige vraagstukken met zich mee.

 

In 2015 heeft LievenseCSO het ingenieursbureau Bartels overgenomen. Deze overname paste in het beleid verder te groeien in omvang en disciplines om zodoende het bedrijf beter te positioneren voor de grotere en integrale projecten in Nederland. Zodoende ontstond een advies en ingenieursbureau met een omvang van 350 medewerkers, actief in leidingen, infrastructuur, milieu en bouw, met daarbij 12 vestigingen in Nederland, en vestigingen in Ierland, Polen, St Maarten en Saudi Arabië.

 

Historie Bartels

In mei 1971 is Bartels opgericht door Chiel Bartels onder naam M.J.G. Bartels in Velp. Als echt familiebedrijfje startte het ingenieursbureau, in de serre die achter de woonkamer was gebouwd. Er werd een tekenbord en bureau neergezet en in de bijkeuken stond de lichtdrukmachine.

 

Het logo van Bartels is in die tijd ontstaan, geïnspireerd op een bouwstaalmatten. Dit kwam doordat een van de grootste opdrachtgevers van dat moment Staalmat in Utrecht was. In 1973 groeide het bedrijf uit haar jasje en werd er verkast naar de Barchemseweg in Lochem.

Door onze goede relatie met Staalmat, wordt in Utrecht ook een Bartels vestiging opgericht. Langzamerhand wordt Bartels door autonome groei steeds groter. Zo is bijvoorbeeld een vestiging in Amsterdam opgericht, vanwege de samenwerking met Voorbij Beton. Hieruit is later weer een vestiging in Zwijndrecht ontstaan.

 

In 1985 gaat het bedrijf verder onder de naam Ingenieursburo Bartels en hiermee kwam ook een nieuw logo. Ons huidige logo is nog steeds gebaseerd op dit logo. In 1994 besloot Chiel, vanwege privéomstandigheden, de zaak van de hand te doen. Vijf ondernemende medewerkers namen de aandelen over. Eind jaren negentig wordt door twee overnames het aantal vestigingen van Bartels nog uitgebreid, Dunning in Apeldoorn en Kielman & Bootsma in Leeuwarden worden overgenomen.

 

In 2005 is de overgang naar de huidige schrijfwijze van onze naam, Bartels Ingenieursbureau B.V. en is het ook tijd voor een opfrissing van het logo. In deze jaren treden ook Pieter van Boom (ex-vestigingsdirecteur in Zwijndrecht) en Taco Klevering (ex-vestigingsdirecteur in Apeldoorn) toe tot de algemene directie. De toenmalige directie bestond dus uit Pieter van Boom, Taco Klevering en Frank Lekkerkerker.

 

Bartels is altijd op zoek geweest naar nieuwe uitdagingen en kansen in de markt. Met zes vestigingen in Nederland en vestigingen in Ierland, Ghana, Duitsland en Polen hebben we internationaal een redelijke voet aan de grond.
 

Halverwege 2015 is Bartels, in de zoektocht naar meer multidisciplinair en integrale advisering, in contact gekomen met branchegenoot LievenseCSO. Na intensieve gesprekken en onderzoek tot mogelijkheden naar samenwerking, is Bartels opgenomen in de LievenseCSO Holding BV.

 

2016 en verder

Gezamenlijk kunnen de bedrijven nu een compleet integraal advies bieden aan opdrachtgevers, zowel in (binnen)stedelijke ontwikkelingen als in buitengebieden. In deze nieuwe vorm staat LievenseCSO, met Bartels daarbij, aan het begin van een nieuwe toekomst als multidisciplinair advies- en ingenieursbureau.

Voor de consolidatie van het bedrijf in deze nieuwe fase van haar bestaan is een compleet nieuw bestuur benoemd. Per 1 januari 2016 vormen Eric van den Broek, oud directeur van Heijmans, en Pieter van Boom, oud algemeen directeur van Bartels, de nieuwe directie van LievenseCSO Holding BV.